Blogarchief

woensdag 19 oktober 2016

Het voorbeeld van twee Bijbelse figuren

Het geeft een verbondenheid als je lid bent van een vereniging of gemeenschap. Door jezelf bij het groepje mensen te voegen en het lidmaatschapsgeld te betalen, wil je bijdragen aan dat wat zo belangrijk is: liefde voor jezelf maar bovenal de ander(en). Voor het kerkzijn als christen ligt dat niet anders. Met de algemene gaven in het kleine mandje (of kerkzakje) geef je te kennen de gemeente te ondersteunen in het voortbestaan. Daarnaast blijft er nog genoeg over voor andere doelen, bv. opbouwwerk in arme landen en natuurlijk vluchtelingenwerk. Als je al verneemt dat een kind minimaal 15 maanden moet wachten om te horen of ze überhaupt een zelfstandige woning krijgt, is dat echt te lang. Maar dat staat natuurlijk haaks om daarvoor geld apart te houden. We kunnen als kerkelijke gemeentes wel bidden en tegelijk hopen dat dit kind toch eerder een passende woning krijgt toebedeeld.

Uit Hebreeuwen 11 vers 1 tot 6 blijkt dat de gelovige mens slechts een afspiegeling mag zijn, voor wat Abel voor een offer heeft gebracht. Ons eigen verstand, waarmee we nadenken en beslissen, kunnen we hierdoor niet meer in twijfel te trekken: een offer brengen helpt de mensheid een stapje vooruit. De rechtvaardige Abel is nu een lieveling van God die zowaar na zijn dood nog steeds de hemel in geprezen wordt. Want wie het woord van God, zoals Abel, verstaat en het lijdensoffer wil brengen is de held van het Bijbelverhaal. We kunnen hierbij ook Henoch, uit het Genisusboek, aan het rijtje toevoegen vanwege het simpele feit dat door zijn uitzonderlijke hoge leeftijd en het zoeken in het geloof, voldoende zijn om voor God niet uit het menselijk leven te stappen.

In deze tijd is de digitale communicatie het bewijs dat je elkaar razendsnel kunt benaderen via PC of Smartphone. Zo werkt de allesomvattende heerser uit het christelijke boek eveneens. Er is haast geen eenvoudigere en concretere manier om zijn stem te horen, en nog beter, zijn boodschap door te geven. De eenzame vluchteling heeft voordat het land verlaten moest worden, zijn dierbaarste bezit nog net kunnen meenemen naar Nederland. Net zoals het kind, dat kennis maakt met een onbekende taal en de omgang met mensen moet leren ontdekken. De omgeving kent vaak andere regels en voorwaarden moeten worden nagekomen om opnieuw met school of werk verder te gaan. Als kerkelijke gemeenten is het des te meer van belang om de twee figuren Abel en Henoch als ware helden te zien. Dat we in hun voetsporen mogen treden en het kind mogen bemoedigen aan het aanpassingsproces in een vreemd westers land.