Blogarchief

dinsdag 13 december 2016

Een negatieve ontmoeting

Er bestaan drie manieren om het Woord van God te beleven. De Logos-theorie beweert dat het uitgedeelde brood en de openbaring is ingegeven, te lezen in Mattheus. In datzelfde boek wordt ook de Rhena-theorie uitgelegd: de Wet kan alleen vervuld worden als het Woord van God tot leven komt. Wat de derde theorie inhoudt is dat de Geest alleen tot leven gewekt wordt, als God zijn woord verkondigd. Deze laatste aanwijzing is te vinden in het O.T. als het woord zich richt op de enkeling, terwijl het N.T. zich richt op een groep mensen.

De conclusie dat mensen onvolmaakt zijn na het begaan van fouten was voor haar duidelijk. Echter vond ze dat Jezus een volmaakt persoon was, ook doordat hij besloot te sterven aan het kruis. Dit verteld hij ook tijdens de velen gesprekken met de Bijbelse figuren: je negatief uiten hoeft niet erg te zijn, aangezien God het je in het gebed kan vergeven. Bij al je daden behoort verhoring en verlossing door God. Dat dit gegeven voor haar persoonlijk gold verduidelijkte ze met een bezoek van een aantal jaren geleden.

Toen ze als jong meisje nog op school zat had ze een aardig klasgenootje, dat even oud was als zij. Beiden doorliepen ze het basis- en middelbaar onderwijs. Niets om je zorgen over te maken. Tot een aantal jaar geleden. Met het groepje van de yogacursus bezochten ze voor een weekend het klooster. Twee volle dagen van bidden en ervaren hoe je de rust kunt opzoeken, zonder afgeleid te worden. Op de zondag mochten ze de kerkdienst in het centrale gedeelte bijwonen om daarna de eventuele zonden te vergeven. De hoofdzuster was aangesteld om als heilig zalfster een zegen uit te spreken. Ze wilde haar vroegere klasgenote vergeven wat haar na al die jaren dwars had gezeten. Een portemonnee uit haar broekzak stelen had Noor flink afgestraft met een ferme klap op haar hoofd. Toen ze in de biechtstoel zat tegenover de hoofdzuster, sprak ze in een aantal zinnen uit waarom het haar zo aangreep. Wat daarop volgde betekende geen vergeving van haar daad. Het feit dat alles in het christendom vergeven kan worden, gold niet voor de hoofdzuster. Als kloosterling had ze zich voorgenomen de buitenwereld te vergeten en daarbij ook haar verleden. De paar zinnen over een Noor en haar daad was niet goed aangekomen. De herinnering betekende voor de hoofdzuster een persoonlijke confrontatie, aangezien zij Noor heette en moeilijk voor haar vroegere klasgenote een zegen uit kon spreken. Haar negatieve woorden moest ze maar bij een andere zuster laten vergeven.

Er kwamen kort wat tranen over haar gezicht. Deze ontmoeting was een samenloop van omstandigheden. Het volgende gebed bij de andere zuster had ze afgesloten met het gegeven dat je fouten uit het verleden bij God mag neerleggen, ook bij een confrontatie van een vroegere klasgenote. De hoofdzuster had ze sinds het kloosterbezoek niet meer gezien en ze bad nog steeds haar ook niet meer tegen te komen. 

Welke ontmoeting is jou bijgebleven?