In de korte overweging legt tv-pastoor Paul Visser Psalm 115 uit. De zondagse overdenking blijkt voor mij een middel om de zaken over het knielen uit te lichten.
Geloven houdt in dat je het
scheppingsverhaal kent en Gods liefde ervaart. De kinderen van God worden
geprezen, waarschijnlijk vanwege het feit dat zij de toekomstgeneratie zijn. Er
moet worden verteld dat het scheppingsverhaal op waarheid berust.
De apostel Paulus weet al dat het eerbied
hebben voor God niet zomaar gaat en buigt daarvoor op zijn knieën. Als er
iemand is die over buitengewone krachten beschikt, en hem bovendien voor de
nodige hindernissen kan behoedden, is het God wel. En ook wanneer je je
zintuigen niet kunt gebruiken (zoals het volk) en een zeker ontzag ontbreekt.
Over het knielen voor de Heer zal ik kort
zijn: ik zie liever andere kerkgangers neerknielen voor zijn troon, dan dat ik
het voorbeeld volg om in de lange rij aanbidders een plek te vinden. Je
letterlijk neerleggen aan zijn troon beschouw ik als een handeling om te
verwachten dat er een verandering moet plaatsvinden, als er iets dwars zit in
het leven. Afgezien van het bidden, dat veel mensen motiveert om de hoop niet
te verliezen, zit er achter knielen ook een ander betekenis. De moslims
beschouwen het als eerbied voor de profeet Mohammed en de Japanners buigen,
niet letterlijk knielen, als begroeting voor de medemens. In tegenstellingen
tot andere culturen, zal ik dus niet zo snel op de knietjes gaan. Er bestaan
voor mij andere manieren om Gods nabijheid te waar te nemen. Maar het feit dat
Paulus neerknielt uit ontzag voor een hogere macht, daar kan ik niet tegenop.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten